Perry Quak – voorzitter militaire kamer

Wat is de militaire kamer?

“De Militaire Kamer in de rechtbank Gelderland is de opvolger van de in 1991 opgeheven Krijgsraad. Als Nederlandse strafrechter berecht de Militaire Kamer in Arnhem Nederlandse militairen die verdacht worden van strafbare feiten, waar ook ter wereld begaan. De Militaire Kamer bestaat uit een aantal burger- strafrechters en drie ‘militaire leden’ (kolonels die ook jurist zijn).De Militaire Kamer behandelt ook – als hoogste instantie – tuchtzaken tegen militairen. Daartegen is dus geen hoger beroep meer mogelijk. De meer ingewikkelde strafzaken worden behandeld door de meervoudige militaire kamer. In zo’n samenstelling zitten twee burgerrechters (dus in toga) en één militair lid (in uniform) die samen rechtspreken. Eenvoudige strafzaken tegen militairen komen voor de militaire politierechter of de militaire kantonrechter; in beide gevallen is dit een burgerrechter. Die rollen vervul ik ook regelmatig. Al met al ben ik de helft van de tijd bezig met militaire zaken en de andere helft met rechtszaken tegen niet-militairen.”

Waarom hebben militairen een aparte kamer?

“Omdat er speciale wetten en regels zijn die alleen voor militairen gelden, in het bijzonder de Wet militair tuchtrecht, het Wetboek van Militair Strafrecht en de Wet militaire strafrechtspraak. Militairen hebben een bijzondere positie. Ze kunnen altijd over wapens en wapensystemen beschikken en moeten die soms ook gebruiken. Een fout met een vuurwapen kan heel wat ernstiger gevolgen hebben dan menige fout die een burger tijdens het werk maakt; dat maakt dus verschil en daarom is de militaire strafrechtspraak ook verschillend. Ook werken ze in een hiërarchische wereld, met eigen regels en verhoudingen. En steeds vaker werken militairen in internationaal verband onder moeilijke omstandigheden, waar ook veel geweld tegen hen kan voorkomen. Denk maar aan de VN-missie in Mali of de NAVO-missie in Afghanistan. Militairen moeten zich daarbij ook houden aan allerlei regels op het gebied van internationaal recht en oorlogsrecht. Voor de eigen veiligheid, maar ook die van anderen (met name de burgerbevolking), is het verder van belang dat bevelen worden opgevolgd, wapens alleen onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt en dat je collega’s op jou kunnen vertrouwen. Ongeoorloofde afwezigheid van een militair, bijvoorbeeld, kan als desertie worden beschouwd. In de burgermaatschappij kun je worden ontslagen als je niet op je werk verschijnt, maar als je werkt in het leger kun je daar gevangenisstraf voor krijgen.”

Gevangenisstraf?

“Dat kan en dat gebeurt ook. Er bestaat zelfs een speciale straf voor militairen: militaire detentie. Maar ook taakstraffen of geldboetes worden opgelegd. Deserteurs, om bij het eerdere voorbeeld te blijven, blijken nogal eens psychische problemen te hebben waardoor ze zich niet tijdig hebben gemeld. Wij onderzoeken in hoeverre hun gedrag verwijtbaar is en beoordelen het door de verdachte militair veroorzaakte gevaar of onveiligheid.  Maar ook wordt door ons rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden waaronder militairen moeten werken. Ik heb bijvoorbeeld meegemaakt dat een militair werd veroordeeld wegens diefstal aan boord van een schip. Dat vinden wij zeer ernstig omdat een schip relatief klein is, met veel mensen aan boord, en waar dus in goede harmonie moet worden samengeleefd. Zo’n diefstal kan zorgen voor veel onrust en voor gebrek aan onderling vertrouwen van de bemanning. Dat kan het functioneren van het hele schip in gevaar brengen. Daarom wordt een dergelijke diefstal door ons veelal zwaarder bestraft dan een vergelijkbare diefstal in de burgermaatschappij.

Wie veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden kan terecht komen in een speciale militaire gevangenis in Stroe. Daar is een kazerne waar gedetineerden hun conditie en vaardigheden op peil kunnen houden, zodat ze, voor zover Defensie ze niet ontslaat, na hun straf weer als militair ingezet kunnen worden. Als een militair, vanwege het strafbare feit en een veroordeling, zijn of haar veiligheidsverklaring verliest, volgt doorgaans ontslag door Defensie.”

Behandelt de militaire kamer alleen delicten die met het militaire beroep te maken hebben?

“Nee, meestal zelfs niet. Het enige criterium is dat de verdachte militair was toen hij/zij het strafbare feit pleegde. Militairen rijden ook wel eens onder invloed of maken zich schuldig aan uitgaansgeweld, zonder dat dat verband houdt met hun werk. Mogelijk omdat het gaat om mensen met een vast inkomen zien we relatief weinig vermogensdelicten. Maar gewelds- en zedendelicten zijn weer geen uitzondering. Dat is, denk ik, verklaarbaar omdat bij de krijgsmacht veel jonge mannen werken. Maar het kan ook zijn dat ze op uitzending iets hebben meegemaakt waardoor ze hun agressie niet goed kunnen reguleren, of dat de stoppen doorslaan doordat ze een traumatische gebeurtenis herbeleven. Daar zijn wij altijd alert op. Vooral de militaire leden hebben daar een scherp oog voor.”

Had de krijgsmacht altijd al uw belangstelling?

“In mijn vorige loopbaan als officier van justitie heb ik een postdoctorale studie ‘master of public administration’ gedaan, waarbij mijn afstudeerscriptie handelde over de politietaken van de Koninklijke Marechaussee. En nog eerder, in de jaren ’80 tijdens mijn rechtenstudie in Amsterdam, had ik al ‘militair recht’ als bijvak gekozen. Na mijn rechtenstudie moest ik nog in militaire dienst en zo kwam ik als reserveofficier terecht bij de Militair Juridische Dienst van de Landmacht. Inmiddels is me alweer een tijd geleden eervol leeftijdsontslag verleend. Dus ja, er is wel een connectie met de krijgsmacht. En ik moet zeggen dat ik daar nu wel profijt van heb. Het maakt ook dat ik oog heb voor de bijzondere omstandigheden waaronder militairen hun werk moeten doen.  Dat er binnen de Militaire Kamer een goed begrip is van die omstandigheden vind ik belangrijk. Daar zet ik mij voor in, ik noem dat ‘situational awareness’. Als Militaire Kamer brengen we geregeld werkbezoeken aan de krijgsmacht. In december 2016 hebben we bijvoorbeeld een werkbezoek aan  de Nederlandse VN-militairen in Mali gebracht. Dat is heel nuttig.
Het karakter van militaire zittingen is ook anders, omdat bij ons meer dan 90% van de verdachten verschijnt (in uniform), terwijl bij gewone strafzaken verdachten vaak niet komen opdagen. Militairen zijn over het algemeen correcte mensen, gezagsgetrouw, betrokken en ze gebruiken een eigen jargon: geen ‘ja’ of ‘nee’, maar ‘positief’ of ‘negatief’.”

Is er veel veranderd sinds de afschaffing van de dienstplicht?

“Ja. Vroeger waren er veel meer tuchtzaken om dienstplichtigen in het gareel te houden. Dienstplichtigen worden nu niet opgeroepen; militairen zijn nu allemaal professionals die er belang bij hebben hun baan te houden. Wij behandelen nog maar een paar keer per jaar tuchtappèlzaken. Daarbij moet je denken aan militairen die te laat op de kazerne komen of een dienstbevel niet opvolgen. Zij krijgen een tuchtstraf, meestal een boete, en kunnen daartegen in hoger beroep bij de Militaire Kamer in de rechtbank, maar dat gebeurt dus nog maar heel weinig.”

Is een speciale militaire kamer dan nog wel nodig?

“Jazeker. Niet alleen vanwege de kennis van de specifieke bepalingen, omstandigheden en bevoegdheden die met de krijgsmacht samenhangen, maar bijvoorbeeld ook vanwege het feit dat wij over de hele wereld jurisdictie hebben over Nederlandse militairen. Een uitgezonden militair die een misdrijf pleegt in Afghanistan wordt door ons berecht. Je moet er toch niet aan denken dat hij voor een Afghaanse rechter moet komen. Bovendien is de kennis en ervaring van onze militaire leden van onschatbare waarde.”